Verslag Halve Brasschaat door de ogen van Pieter Gabriël

10 Jul 2017

Kroniek van een aangekondigde ontgoocheling.

Soms is het beter om even te wachten om een ‘evaluatie’ te maken – Zo leerde ik van mij mama: “Even wachten tot het stof terug neerdaalt, alles laten afkoelen en dan pas terugkijken.”

Ik moest aan haar woorden denken toen ik op zondag 26/06 week in de auto zat – terugkerend van halve Triatlon Brasschaat. “Ik kon beter even wachten voor ik het beloofde verslagje voor de RRT-facebook pagina”.

We zijn inmiddels 2 weken verder maar ik heb niet de indruk dat veel stof is gaan liggen – integendeel.

Toen ik op zondag 26/06 over de finish liep, was de ontgoocheling groot. Ik had geen idee van mijn eindtijd maar vooral het gevoel was “klote”. 2 weken piekeren en analyseren heeft me voorlopig geleerd dat dit “klote-gevoel” niet lag aan de wedstrijdomstandigheden in Brasschaat. Het stond in de sterren geschreven dat de wanprestatie er zat aan te komen. Even chronologisch overlopen:

Putje winter ’16-’17: Tot over 3 jaar geleden wist ik niet wat ziek zijn was. Werkelijk nooit was ik ziek! Een verkoudheid? Jawel – toch wel eens een verkoudheid gehad in voorjaar van ’02 maar deze was na 2 dagen reeds verdampt. Echter sinds de geboorte van Louis, mijn oudste zoon, moet ik vaststellen dat de bacteriën zich maar al te graag laten binnenvallen. Winter = ziek zijn.

Zo was dit ook afgelopen winter: begin Januari een verkoudheid. Even vloeken dat je een weekend niet kan trainen. De week daarop denk je “ok – toch nog wat vermoeid, misschien moeten we die training nog even overslaan.” Enkele dagen later denk je “verdikke nu moet ik toch opnieuw in gang schieten”. Als je 2 dagen later opnieuw volledig paraplu van het werk terugkomt denk je opnieuw: “fuck ik moet wat meer naar mijn lichaam luisteren”.

Einde februari: Lactaat –testen bij Rob: het gevoel is niet schitterend. Rob geeft aan dat ik nagenoeg geen lactaat aanmaak terwijl mijn hartslag hoeg oploopt. “Dit kan wijzen op vermoeidheid, doe het maar rustig aan.” besluit Rob. Ik geef aan dat ik 3 weken later marathon van Barcelona doe maar besluit na deze rustig op te bouwen.

Einde Mei: De conditie begint te komen! Voorbije weken enkele goede loopjes kunnen afwerken, eens goed geknald op de Etixx-classic: we zijn er klaar voor. Maar ook op andere vlakken staan we niet stil: Onder het motto: “kweken gelijk de ratjes” wordt Emiel, partner-in-crime van Louis, geboren op 22/05. Hoe zit dat met die kersverse vaders? Doen zij geen knalprestaties?

Pinkstermaandag: Fuck!- opnieuw ziek en het zat er aan te komen. Nachten van 4-5 uur slaap zijn eerder regel dan uitzondering. Bij beter weten in gaan zwemmen en vorige nacht wakker geworden met koorts.

3e week juni. Fuck- hoe lang kan zo een verkoudheid duren? Ik moet hier rusten terwijl het “money-time” is!?!

Zondag - 26 juni. D-day – ik kom aan de start met een klein hartje. De voorbije 3 weken écht ziek geweest. Maar het is race-day en we hebben er goesting in! Uit de gesprekken met andere ratjes aan de start leer ik vooral dat ik niet te klagen heb: Karel - “gisternacht nog moeten doorwerken tegen deadline en vermoeid aan de start” Brecht – voorbije 2 weken aan de andere kant van de wereld (Zuid-Korea) gezeten en pas op vrijdag terug thuis: “Welke zot denkt er hoegenaamd om nog te starten!” Brecht zou de finish niet bereiken – wat eigenlijk maar normaal is. Geen kat die er achter nog aan twijfelt dat hij nog zotte presaties gaat neerzetten komende zomer! Komaan Brecht! Niels – Waar the f*ck is Niels. Hij zal toch niet gekwest zijn na zijn zotte presaties van de eerste seizoenshelft?

Een kort overzicht van de gedachten tijdens de wedstrijd:

Zwemstart! 100m – “Mooi nog geen duwen en/of stampen gekregen – geen wasmachine – we zijn weg!” 300m - “Hmmm misschien toch niet zo veel kracht in de armen – we bepreken de schade!” 350m - “Damn een kajakker naast mij – Dit is niet omdat ik als eerste zwem” 900m – “Pff” 1200m – “kut ik zwem precies tegen de stroom in! Was er hier stroming?” 1750m – Opnieuw een kajakker naast mij – ik hoor hem zeggen: “komaan- je bent er bijna, nog heel even” 1850m – “Echt - hoe lang kan dit zwemmen duren!?”

Eenmaal uit het water zie ik een lege wisselzone – werkelijk geen enkele fiets meer te zien…

Eindelijk op de fiets: Vooral vloeken: “fuck, verdomme: hoe slecht kan je zwemmen”. Ik probeer de schade te beperken en geef zoveel mogelijk. Ik had initieel gedacht om 2h30 te fietsen maar ga flink in de krachten mogen gaan om dit te halen. Km 80 – Moet flink gas terugnemen - beetje opgeblazen – heb een klopje. Km 90 – Na 2h36 op de fiets redelijk kapot gevoel. We zien wel.

Lopen: Km 2“Aaaaaaah - wat is die pijn aan m’n ribben?” Zo ga ik er niet geraken!. Km 4 – ok het begint te beteren maar een zotte halve marathon ga ik niet lopen. Ik probeer zoals gepland 5 min/km te doen maar moet meestal 5-tal sec toegeven op het geplande tempo. Km 17 – ok uitlopen - Ik reken uit en weet dat een goede tijd niet meer tot mogelijkheden behoort. Km 21 – “fuck”.

Zondag - 09 jul Door aanhoudende vermoeidheid heb de voorbije week bloed laten trekken: conclusie – heel wat vitaminen te kort en een hematocriet van 35. Er lijkt niet anders op te zitten dan het rustig te doen voor de rest van het seizoen.

Triatlon - Het blijft balanceren op een dun koortje tussen werk - sport en gezin. De ironman plannen voor ’18 worden in ieder geval niet van tafel geveegd maar we gaan toch nog eens moeten denken hoe we dit aan boord gaan leggen.

In ieder geval – er is maar 1 methode om dit dipje boeven te komen – “togehter sports better”